Studieopzet & verloop
De OuDiam-studie is opgezet als observationeel onderzoek en duurt in totaal 12 maanden. Hieronder leest u stap voor stap hoe het verloopt, van geschiktheid tot afronding.
1. Bent u geschikt om mee te doen?
Eerst kijken we of u geschikt bent. Daarvoor vraagt het onderzoeksteam medische informatie op bij uw huisarts. Deelname kan alleen als u insuline gebruikt; daarnaast hangt het af van hoe hoog uw risico op hart- en vaatziekte is.
2. De behandeling via uw huisarts
Uw huisarts schrijft de behandeling met de nieuwere medicijnen voor, bouwt de insuline af en blijft uw behandelend arts. Dit gebeurt samen met de praktijkondersteuner en is geen onderdeel van de studie — wij volgen alleen wat er gebeurt. Het onderzoeksteam ondersteunt en geeft zo nodig advies, bijvoorbeeld bij bijwerkingen.
3. De glucosesensor
Een glucosesensor is een soort pleister met een heel klein naaldje, die u zelf op uw bovenarm plakt. U voelt niets van het naaldje. Via een app op uw telefoon leest u de bloedsuiker af en deelt u die met het onderzoeksteam. Een sensor blijft 2 weken zitten. U draagt de sensor eerst ongeveer 3 maanden terwijl u nog insuline gebruikt. Daarna start uw huisarts de nieuwe medicijnen en bouwt de insuline af, en draagt u de sensor opnieuw in periodes van 2 weken. Aan het eind van de studie, na 1 jaar, draagt u de sensor nog 2 weken.
4. Vragenlijsten en bloedwaarden
U vult 4 keer een online vragenlijst in van ongeveer 20 minuten. De vragen gaan over een eventuele te lage bloedsuiker, bijwerkingen en hoe u de behandeling ervaart. Gegevens over uw bloedsuikerregulatie en uw nier- en leverfuncties worden bij uw huisarts opgevraagd: aan het begin, na 6 maanden en na 1 jaar. Tijdens uw reguliere bloedafnames nemen we daarnaast één extra buisje bloed (5 ml) af om te testen of uw alvleesklier nog voldoende insuline maakt.
5. Afronding
Na 12 maanden is uw deelname afgerond. Ongeveer 1 jaar na afronding laat de onderzoeker u weten wat de belangrijkste uitkomsten zijn. Het onderzoek heeft geen invloed op uw gewone zorg: u blijft bij uw huisarts onder controle en uw huisarts blijft uw behandelend arts.